Hung Gar history
Het Hung Gar dankt zijn naam aan zijn stichter Hung Hei Gwoon. Hung Hei Gwoon was een handelaar die vanwege opstandigheid naar de autoriteiten zijn toevlucht zocht in de Zuid Shaolin Tempel. Hung Hei Gwoon was al zeer bedreven in Kung Fu, maar om zijn kwaliteiten nog verder te ontwikkelen, ging hij trainen onder leiding Ji Sin. Ji Sin was de toen regerende Abt van de Shaolin Tempel.
De Ming dynastie werd omver geworpen en de Ching dynastie (1611-1911) kwam aan de macht. Toen was de Hunan Tempel (noord shaolin tempel) al verwoest en al snel volgde er beschuldigingen naar de Fujian Tempel (zuid shaolin tempel). De tempel zou revolutionisten trainen die zich zouden verzetten tegen de autoriteiten. China stond in deze tijd onder strenge dictatuur waarin geen plek was voor opstandigheid en vernieuwing.
Al snel volgde de totale verwoesting van de Fujian Tempel (1762). Het werd in brand gestoken en de beoefening van Kung Fu werd strikt verboden. Iedereen die zich met de tempel verbond, of het woord Shaolin in de mond nam was ten dode opgeschreven.
Ooit waren het de beste vechters van Shaolin die de Keizer moesten beschermen, in de nieuwe dynastie was er geen plek meer voor Shaolin en de training van Kung Fu.
Hung Hei Gwoon en Ji Sin waren tijdens de verwoesting gevlucht en naar een kort samen zijn besloten ze afzonderlijk verder te gaan. Ze werden nooit meer gevonden door de Ching. Hung Hei Gwoon besloot om zijn kennis niet verloren te willen laten gaan en in het geheim (ondergronds) ging hij lessen geven. Zo creëerde hij in de jaren die volgde een ondergronds verzet tegen de Ching Dynastie. Een beoefenaar van Kung Fu stond bekend als iemand die goed voor zichzelf kon opkomen en een eigen mening had.
Hung Hei Gwoon perfectioneerde in deze jaren zijn kennis en paste oude technieken aan.
De nieuwe stijl zou beter, sterker en krachtiger zijn dan al het oude. Hij bleef vast houden aan de basisprincipes en een aantal oude technieken bleven bewaard.
In 1800 waren het de buitenlanders die China binnen trokken en het verbod op Kung Fu werd door de Ching opgeheven. Er mocht weer openlijk, getraind en onderwezen worden.
Hung Hei Gwoon opende een school in Fat Down, Guandong en noemde zijn stijl Hung Ga Kuen Sut (Hung familie bokstechniek).
Dat de kennis niet meer te vinden was in de Shaolin Tempel werd al snel duidelijk. Kung Fu had zich tientallen jaren ondergronds voortbewogen en zijn kennis was door families generaties doorgegeven. Veel stijlen hadden zo overleeft en Hung Gar behoorde zo tot een van de vijf familiestijlen aanwezig in die tijd: Choy Gar, Lau Gar, Lee Gar, Mok Gar en Hung Gar. Wat al deze stijlen met elkaar gemeen hadden was dat ze allemaal hun kennis hadden uit Zuidstijl Shaolin.
Hung Gar ontwikkelt zich en begin tweede helft van de 19de eeuw is het Wong Fei Hung (1847) die Hung Gar zal laten groeien tot een van de meest prominente en meest beoefende Kung Fu stijl in heel China.
De toen zes-jarige Fei Hung begon zijn Hung Gar training o.l.v. zijn vader Wong Kai Ying (een succesvol opvolger in de lineage van Hung Hei Gwoon)
Samen met zijn vader gaf hij op jonge leeftijd Kung Fu voorstellingen op straat. Op deze manier verdienden ze geld om van te leven. Al snel was te zien dat de jonge Fei Hung een bijzonder talent had in Kung Fu. Hij was ook nog maar 13 jaar toen hij van Tit Kiu Sam de vorm Tit Sien Kuen leerde. De Tit Sien Kuen is nu de meest geavanceerde vorm van Hung Gar geworden enis lang niet toegankelijk voor iedereen. Het vergt vele jaren van training om als een beoefenaar in aanmerking kan komen om deze vorm te leren.
Naast zijn bijzondere Kung Fu kwaliteit stond hij bekend als de “Koning der leeuwen”, vanwege zijn Chinese Leeuwendans capaciteiten. Ook ontwikkelde hij de vuistvorm Gung Gee Fok Fu Keun en herschikte hij de volgorde in de "Tijger en Kraanvogel"-vorm.
Wong Fei Hung hield zich in zijn laatste jaren vooral bezig de school van zijn vader (Bo Chi Lim school) voort te zetten. Hij gaf hier les in Hung Gar en hield zich bezig als arts in de Traditionele Chinese Medicijnen (TCM). Hij gaf zijn stijl door aan zijn opvolger Lam Sai Wing en Fei Hung's vrouw Mok Gwei Lam. Lam Sai Wing zou later in Hong Kong verschillende scholen onder zijn beheer hebben. Zijn vrouw Mok Gwei Lam zou Fei Hung nog 50 jaar overleven. Als zeer gerespecteerd meester stierf Wong Fei Hung als een Chinese volksheld in 1924.
Nu de meester van de Shadowless Kick er niet meer was het aan zijn succesor Lam Sai Wing om Hung Gar door te geven.
Lam Sai Wing werd in 1861 geboren in het dorpje Pingzou gelegen in het district Nan Hai. Hij groeide op in een familie van krijskunstenaars. Zo leergierig, sterk en gezond als hij was had hij zijn familiestijl al snel eigen gemaakt. Veel is er niet bekend over Lam Sai Wing. Wel dat hij als bijnaam “the Butcher” had en na vele jaren te hebben les gegeven hij plotseling stopte omdat, zoals hij zei:“ze snappen het niet en hebben geen toewijding, daar wil ik geen energie in steken”.
Lam Sai Wing geldt als een van de grote vernieuwers die Hung Gar als eerst op schrift stelde. Voor het eerst sinds zijn geschiedenis werd Kung Fu in boekvorm uitgegeven.
Als pioneer en gerespecteerd meester overleed Lam Sai Wing in 1942.
Hung Gar heeft als uitgaanspunt het ontwikkelen van een goede basis. Een huis staat tenslotte ook op een goede fundering, anders zou het naar verloop van tijd in elkaar zakken.
Onder zijn basis kan worden verstaan het leren van standen, stoten, grepen, trappen en slagen. Tevens soepele verplaatsingen en het gebruik van heup bij krachtsinzet. Om zo enkele voorbeelden te noemen.
Onder de 12 brug-hand technieken (Sap Yi Kiu Sau ????) verstaan we: hard (Gong ?), zacht (Yau ?), persen (Bik ?), direct (Jik ?), splijten (Fan ?), stabiliseren (Ding ?), kort (Chuen ?), opwaarts (Tai ?), vloeien (Lau ?), sturen (Wan ?), controleren (Jai ?) en stoppen (Ting ?).
De verschillende technieken afgeleid van dieren en elementen (Ng Ying ??) zijn: draak (Lung ?), tijger (Foo ?), kraanvogel (Hok ?), luipaard (Paau ?) en slang (She ?). En de Vijf gebruikte elementen (Ng Hang ??): goud (Gam ?), hout (Muk ?), water (Sui ?), vuur (Foh ?) en aarde (To ?)
Hung Gar heeft overleeft, zich ontwikkelt en is anno vandaag een zeer gewaarde en uiterst effectieve vechtkunst.